Co-ouderschap en de wet in Nederland: gezag, ouderschapsplan en omgangsregeling in 2026
Laatst herzien Bronnen gecontroleerd
De kern
- Vermoeden van gelijke of gedeelde zorg: Nee. Het gezag blijft automatisch gezamenlijk, maar het recht op gelijkwaardige verzorging verplicht niet tot een gelijke verdeling van de tijd.
- Wettelijke basis: Burgerlijk Wetboek Boek 1, art. 1:247, 1:247a, 1:251, 1:251a, 1:253a en 1:377a; Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 815.
- Is co-ouderschap een juridische vorm?: Nee, er is geen wettelijke definitie. Het rapport alimentatienormen van de rechtspraak noemt het „een niet-wettelijke term”.
- Het instrument: Een ondertekend ouderschapsplan over zorgverdeling of omgang, informatie en overleg, en de kosten (art. 815 lid 3 Rv). Onderwerpen staan vast, schema niet.
- Wie beslist: De rechtbank, op verzoek onder art. 1:253a BW. Zij beproeft eerst een vergelijk tussen de ouders en behandelt het verzoek binnen zes weken.
- Kinderalimentatie: Één wettelijke maatstaf: naar draagkracht. De bedragen die rechters toepassen zijn aanbevelingen van de rechtspraak en geen wet.
- Officiële cijfers over hoe vaak: Die bestaan niet. Iemand kan op maar één adres staan ingeschreven, dus het CBS ziet kinderen die afwisselend bij beide ouders wonen niet.
Nederland heeft geen wet op co-ouderschap en geen vermoeden van gelijk verdeelde tijd. Wat de wet wél regelt: ouders met gezamenlijk ouderlijk gezag blijven dat na de scheiding samen uitoefenen, zonder dat daar iets voor hoeft te worden aangevraagd (art. 1:251 lid 2 BW). Het kind houdt recht op „een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders” (art. 1:247 lid 4 BW), en de Hoge Raad heeft beslist dat die gelijkwaardigheid niet verplicht tot een gelijke (50-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt.
Wat de wet in plaats daarvan eist, is een document: bij een verzoek tot scheiding hoort een ouderschapsplan dat beide echtgenoten hebben ondertekend (art. 815 lid 2 Rv). De wet schrijft de onderwerpen van dat plan voor, geen schema. Komen de ouders er niet uit, dan kan ieder het geschil aan de rechtbank voorleggen, die „een zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt”. Aan de artikelen over gezag, omgang, hoofdverblijf en ouderschapsplan is sinds 1 januari 2023 niets gewijzigd.
Wat de wet werkelijk zegt
Begin bij het woord dat ontbreekt. Co-ouderschap staat niet in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en niet in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; het rapport alimentatienormen van de rechtspraak zelf noemt het „een niet-wettelijke term die in de praktijk gangbaar is voor verschillende varianten van gedeelde zorg”. Wat er wél staat, zit in een handvol artikelen.
- Het gezag overleeft de scheiding. Ouders met gezamenlijk gezag blijven dat na de ontbinding van het huwelijk of na scheiding van tafel en bed samen uitoefenen (art. 1:251 lid 2 BW). De rechter geeft het gezag maar op twee gronden aan één ouder alleen: een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders zonder uitzicht op verbetering, of een wijziging die anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (art. 1:251a lid 1 BW).
- Het recht van het kind gaat over zorg, niet over dagen. Het gezag omvat de plicht om de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW), en het kind houdt recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (lid 4).
- Praktische belemmeringen mogen meewegen in een overeenkomst of ouderschapsplan, maar uitsluitend zolang die belemmeringen bestaan (lid 5).
De hoogste rechter legt dat beginsel smal uit. Op 21 mei 2010 oordeelde de Hoge Raad dat de gelijkwaardigheid van art. 1:247 BW „niet verplicht tot een gelijke (50-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt”, en dat de rechter niet altijd hoeft uit te gaan van een gelijke verdeling van hoofdverblijf en zorgtaken. Sinds 1 januari 2023 ontstaat gezamenlijk gezag ook van rechtswege zodra een niet-gehuwde partner het kind erkent.
Hoe de rechter beslist
De wet geeft een maatstaf, geen schema. Hebben beide ouders het gezag en komen zij er niet uit, dan kan ieder het geschil voorleggen aan de rechtbank (art. 1:253a BW), die „een zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt”. Die regeling kan de zorgtaken verdelen, de hoofdverblijfplaats bepalen en vastleggen hoe de ouders elkaar informeren en raadplegen.
- Eerst het plan. Rustte op de ouders de plicht tot een ouderschapsplan en voldeden zij daar niet aan, dan houdt de rechter de beslissing ambtshalve aan totdat dat wel is gebeurd, tenzij het belang van het kind anders vergt.
- Eerst een vergelijk, dan een termijn. De rechtbank beproeft vóór de beslissing een vergelijk tussen de ouders, en behandelt het verzoek binnen zes weken.
- Het kind wordt gehoord. Een minderjarige van twaalf jaar of ouder moet in de gelegenheid worden gesteld zijn mening kenbaar te maken (art. 809 lid 1 Rv); jongere kinderen kan de rechter die gelegenheid geven op een door hem te bepalen wijze.
- Heeft maar één ouder het gezag, dan gaat het niet om een zorgverdeling maar om omgang (art. 1:377a BW): het kind heeft daar recht op, en de ouder zonder gezag zowel recht als plicht. Ontzeggen kan alleen op vier gronden — ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind, kennelijke ongeschiktheid, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of strijd met zwaarwegende belangen van het kind.
Hoe dat uitpakt, laat de rechtbank Rotterdam op 7 juni 2024 zien: een weekendregeling omzetten in week-op-week-af co-ouderschap werd afgewezen, omdat een 50/50-verdeling in tijd niet het wettelijk uitgangspunt van gelijkwaardig ouderschap is en een meer dan goede samenwerking tussen de ouders een absolute voorwaarde. Eerste instantie, geen bindende rechtspraak.
Hoe het in de praktijk gaat
Zonder wet op co-ouderschap is het ouderschapsplan het instrument. Daarin staan in ieder geval afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang, over informatie en overleg, en over de kosten (art. 815 lid 3 Rv); het verzoekschrift vermeldt ook hoe de kinderen bij het opstellen zijn betrokken. Het plan mag van de ouders zelf of van een mediator komen, maar een advocaat ondertekent het verzoekschrift. Is een plan redelijkerwijs niet over te leggen, dan volstaan andere stukken, ter beoordeling van de rechter. Ook niet-gehuwde ouders met gezamenlijk gezag stellen er een op als hun samenleving eindigt (art. 1:247a BW).
Het geld wordt apart berekend; een gelijke verdeling van de tijd beslist dat niet. De enige wettelijke maatstaf is dat ouders naar draagkracht voorzien in de kosten van hun minderjarige kinderen (art. 1:404 lid 1 BW); afzien daarvan is nietig. De bedragen komen uit het rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen: aanbevelingen waarvan rechters en partijen kunnen afwijken. De zorgkorting verlaagt de bijdrage van de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijf heeft met 5%, 15%, 25% of 35% van het eigen aandeel van de ouders, naar het gemiddelde aantal dagen per week; tussen een ruime zorgregeling en co-ouderschap maakt het rapport geen onderscheid. Schiet de gezamenlijke draagkracht tekort, dan gaat de helft van dat tekort van de korting af. De Hoge Raad oordeelde in 2022 dat geen bijzondere omstandigheden nodig zijn om de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft te laten bijdragen aan de zorgkosten van de ander. Bij co-ouderschap kiezen ouders samen wie de kinderbijslag aanvraagt.
Hoe vaak ouders de zorg ongeveer gelijk verdelen, is niet bekend. Iemand kan op maar één adres staan ingeschreven, dus kinderen die afwisselend bij beide ouders wonen worden volgens het CBS „niet waargenomen in deze cijfers”. Wat het CBS publiceert zijn inschrijvingsaandelen: in 2025 stond 82 procent van de 15-jarigen met gescheiden ouders bij hun moeder ingeschreven en 16 procent bij hun vader. Dat zijn adressen, geen zorgverdelingen. Het schema zelf staat in het plan.
- Ouderschapsplan: voorbeeld en opzet
- 50/50-omgangsregeling
- Week op, week af
- Even en oneven weken, en week 53
- Voorbeelden van omgangsregelingen
Bronnen: [1], [2], [4], [6], [7], [12], [13], [14]
De Nederlandse termen die je tegenkomt
| Term | Wat het betekent |
|---|---|
| gezag / ouderlijk gezag | De plicht en het recht om het kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 BW). Blijft na de scheiding gezamenlijk en staat los van waar het kind woont. |
| gelijkwaardige verzorging en opvoeding / gelijkwaardig ouderschap | Het recht van het kind uit art. 1:247 lid 4 BW — volgens de Hoge Raad geen recht op gelijke tijd. |
| co-ouderschap | Het dagelijkse woord voor een ongeveer gelijk verdeelde zorg, zonder wettelijke definitie; het rapport alimentatienormen noemt het een niet-wettelijke term. |
| zorgregeling tegenover omgangsregeling | Hebben beide ouders gezag, dan gaat het strikt genomen om een verdeling van de zorgtaken. Omgang hoort bij een ouder zonder gezag (art. 1:377a BW), ook al zegt bijna iedereen „omgangsregeling” voor elk schema. |
| hoofdverblijf(plaats) | Het adres waarop het kind staat ingeschreven, afgesproken of door de rechter bepaald — en dat kan er maar één zijn. |
Recente wijzigingen
-
Van kracht
Alimentatiebedragen geïndexeerd met 4,6 procent
Bedragen voor levensonderhoud wijzigen elk jaar op 1 januari van rechtswege met een percentage dat de minister in de Staatscourant bekendmaakt: 4,6 procent voor 2026, na 6,5 procent voor 2025. Het Rapport alimentatienormen, versie januari 2026 verscheen op 31 december 2025 — aanbevelingen, geen wet.
Officiële bron: Beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud 2026 (Stcrt. 2025, 39488)
-
Wetsvoorstel in behandeling
Wetsvoorstel 36390, Wet kind, draagmoederschap en afstamming
Het enige aanhangige wetsvoorstel bij deze artikelen hoort bij art. 1:247 BW. Het is in juli 2023 ingediend en op 2 december 2025 aangemeld voor plenaire behandeling; die staat voor 12 oktober 2026 op de agenda, en agendadata schuiven. De enige wijziging van art. 1:247 zit in lid 3: een plicht om het kind over zijn afstamming voor te lichten. Van gedeelde zorg staat er niets in.
Officiële bron: Wetsvoorstel 36390 zoals ingediend (Tweede Kamer)
-
Van kracht – achtergrond
Gezamenlijk gezag van rechtswege bij erkenning
Sinds 1 januari 2023 oefenen de moeder en degene die het kind heeft erkend het gezag van rechtswege gezamenlijk uit (art. 1:251b BW); voor erkenningen van vóór die datum geldt dat niet. Daardoor heeft een groeiend deel van de niet-gehuwde ouders die uit elkaar gaan al gezamenlijk gezag, en geldt de plicht tot een ouderschapsplan ook voor hen.
Officiële bron: Wijzigingenoverzicht art. 1:251b BW (wetten.overheid.nl)
Veelgestelde vragen
Is co-ouderschap in Nederland wettelijk geregeld?
Niet als juridische vorm. Het woord staat niet in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en niet in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en het rapport alimentatienormen van de rechtspraak noemt het een niet-wettelijke term voor varianten van gedeelde zorg. De wet kent gezamenlijk gezag, een zorgverdeling en een hoofdverblijfplaats.
Betekent gelijkwaardig ouderschap 50/50?
Nee. Art. 1:247 lid 4 BW geeft het kind recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders, maar de Hoge Raad heeft beslist dat die gelijkwaardigheid niet verplicht tot een gelijke (50-50%) verdeling van de tijd bij elke ouder. Ook de hoofdverblijfplaats hoeft de rechter niet gelijk te verdelen.
Is een ouderschapsplan verplicht?
Bij een verzoek tot scheiding hoort een ouderschapsplan dat beide echtgenoten hebben ondertekend (art. 815 lid 2 Rv), en een advocaat ondertekent het verzoekschrift. Niet-gehuwde ouders met gezamenlijk gezag stellen er een op als hun samenleving eindigt. Is een plan redelijkerwijs niet over te leggen, dan volstaan andere stukken.
Wat gebeurt er als de ouders het niet eens worden over de zorgverdeling?
Ieder van de ouders kan het geschil voorleggen aan de rechtbank (art. 1:253a BW). Die neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt, en kan de zorgtaken verdelen en de hoofdverblijfplaats bepalen. Zij beproeft eerst een vergelijk; het verzoek wordt binnen zes weken behandeld.
Vervalt de kinderalimentatie bij een gelijke verdeling van de zorg?
Nee. De wettelijke maatstaf is draagkracht, en het rapport alimentatienormen verlaagt de bijdrage van de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijf heeft met een zorgkorting die bij 35% stopt. Bij een tekort in draagkracht gaat de helft daarvan van die korting af. Afzien van wettelijk levensonderhoud is nietig.
Hoe vaak kiezen Nederlandse ouders voor week op, week af?
Daar bestaat geen officieel cijfer over. Iemand kan op maar één adres staan ingeschreven, dus kinderen die afwisselend bij beide ouders wonen worden volgens het CBS niet waargenomen. Het CBS publiceert inschrijvingsaandelen: in 2025 stond 82 procent van de 15-jarigen met gescheiden ouders bij de moeder ingeschreven, 16 procent bij de vader.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, geldend van 5 juli 2025 (wetten.overheid.nl) Officiële bron
https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2025-07-05 — geraadpleegd op - Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (wetten.overheid.nl) Officiële bron
https://wetten.overheid.nl/BWBR0001827 — geraadpleegd op - Hoge Raad 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7407 (rechtspraak.nl) Officiële bron
https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2010:BL7407 — geraadpleegd op - Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1924 (rechtspraak.nl) Officiële bron
https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:HR:2022:1924 — geraadpleegd op - Rechtbank Rotterdam 7 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5361 (rechtspraak.nl) Officiële bron
https://data.rechtspraak.nl/uitspraken/content?id=ECLI:NL:RBROT:2024:5361 — geraadpleegd op - Expertgroep Alimentatienormen (rechtspraak.nl) Officiële bron
https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/civiel/familie-en-jeugdrecht/expertgroep-alimentatienormen — geraadpleegd op - Rapport alimentatienormen, versie januari 2026 (rechtspraak.nl, pdf) Officiële bron
https://www.rechtspraak.nl/binaries/_rts_1782890577030/content/assets/lbvr/an/lbvr-an-rapport-alimentatienormen-versie-januari-2026.pdf — geraadpleegd op - Beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud 2026, Stcrt. 2025, 39488 Officiële bron
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-39488.html — geraadpleegd op - Wijzigingenoverzicht art. 1:247 BW (wetten.overheid.nl) Officiële bron
https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2025-07-05/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling1/Artikel247/informatie — geraadpleegd op - Wijzigingenoverzicht art. 1:251b BW (wetten.overheid.nl) Officiële bron
https://wetten.overheid.nl/BWBR0002656/2025-07-05/0/Boek1/Titeldeel14/Afdeling2/Paragraaf1/Artikel251b/informatie — geraadpleegd op - Wetsvoorstel 36390 zoals ingediend, kst-36390-2 (Tweede Kamer, pdf) Officiële bron
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36390-2.pdf — geraadpleegd op - CBS, Aantal kinderen dat scheiding meemaakt weer toegenomen, 19 december 2025 Officiële bron
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/51/aantal-kinderen-dat-scheiding-meemaakt-weer-toegenomen — geraadpleegd op - CBS, Kwart 15-jarigen heeft gescheiden ouders, 17 september 2026 Officiële bron
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/38/kwart-15-jarigen-heeft-gescheiden-ouders-laatste-tien-jaar-niet-veranderd — geraadpleegd op - SVB, Kindgebonden budget en co-ouderschap Officiële bron
https://www.svb.nl/nl/kinderbijslag/extra-betaling/kindgebonden-budget-en-co-ouderschap — geraadpleegd op
Een noodzakelijke disclaimer
Deze pagina is algemene juridische informatie, geen juridisch advies, en zij beschrijft niet hoe een bepaalde rechtbank een bepaalde zaak zou beslissen. Het Nederlandse familierecht verandert: artikelen worden gewijzigd, wetsvoorstellen gaan door de Kamers en de alimentatienormen worden twee keer per jaar opnieuw uitgebracht. Wat hier staat, volgt de officiële bronnen zoals die er op 27 september 2026 stonden, de datum die bovenaan deze pagina staat. Niets hierin schept een advocaat-cliëntrelatie. Raadpleeg voor advies over jouw eigen situatie een familierechtadvocaat.